Het wordt  koud. Vooral na afgelopen zomer waarin we grandioos verwend zijn met een enorme berg zon, moet ik wennen. En dat valt me dit jaar zwaarder dan anders. Ik leefde lang in de veronderstelling dat de koude en donkere maanden mij niets doen, met een winterdepressie kon je dan ook op weinig inlevingsvermogen rekenen van mijn kant.

Want het leven is toch sowieso mooi? En voor ieder seizoen is toch iets te zeggen? Leven in een land zonder seizoenswisselingen, zonder de overgangen tussen de verschillende fases waarin de natuur de levenscyclus weerspiegeld, is toch gewoonweg saai? Want nu mogen we lekker warme kleren aan, of zonder dicht tegen elkaar aankruipen. En kletsnat geregend binnenkomen om te kunnen opwarmen onder de hete douche, een sensatie die binnen andere omstandigheden toch een stuk minder indruk maakt. Oh, en bij de openhaard kruipen met chocomel (voor de vorm dan), of dus gewoon met een goed glas rode wijn. En sinterklaas liedjes zingen, surprises maken, de kerstboom versieren. Ja, al die mooie dingen, veelal samen met lieve mensen, maken de winter meer dan de moeite waard.

Maar nu nog even niet. Nu verlang ik nog even terug naar de zon. Waar ik me op Rhodos zo heerlijk in mocht wentelen. Als een kat, me volledig overgeven aan het zijn, aan voelen, aan genieten. Toen ik mijn vakantie boekte naar Griekenland was dit dan ook niet met het oog op wijn.
Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus besloot ik in ieder restaurantje te informeren naar de lokale wijnen.

De ene keer met meer succes dan de andere… Zoals: “Sir, do you also have white wine?” – “Yes Miss, do you want a good one”? – “Eeehhh no, please give me a shitty one, duh…?”.
Of juist dat ene restaurantje, waar ik was gaan zitten omdat de gastheer, of de meer passende term: propper, even niet oplette en ik helemaal zelf (zelluf doen!) mijn plekje kon uitzoeken. Waar ze vervolgens een uitgebreide wijnkaart bleken te hebben, en ook nog eens verrukkelijk konden koken. Smaken, door elkaar, over elkaar, na elkaar. Van frisse Sauvignon Blanc, tot iets oxidatieve Assyrtiko en Samos Doux. Allemaal uit Griekenland en met hun eigen charme, gekoppeld aan authentieke Griekse gerechten. En dan heb ik het niet Pita Gyros… Maar over dagverse reuze garnalen in een rijke rijpe tomatensaus met romige ziltige Feta. Of perfect gegrilde octopus, met gekarameliseerde ui, kikkererwten mousse en een klein beetje rauwe sjalot voor pit. Beide gerechten zetten de Assyrtiko op een voetstuk. Waaruit maar weer blijkt, gewoon eten en drinken wat er lokaal verkrijgbaar is, en je zit meestal goed.

Ja, daar zou ik nu nog wel even willen zijn. Nu de regen vol passie tegen de ramen slaat en mijn koelkast helemaal leeg is. Of misschien is het dan eindelijk tijd voor dat fruit dieet, in vloeibare vorm, blootgesteld aan fermentatie. Want mijn klimaatkast is nooit leeg, en dat scheelt weer een kletsnat tochtje naar de supermarkt.